|
Monday, 21 February 2005 |
Life as a house US 2001 2:04 Genre: Romantiek Van: Irwin Winkler Met: Kevin Kline, Kristin Scott-Thomas Keuring: AL (Kijkwijzer) Oordeel: 7.0 (70%) Schaal: 0 -> 10 Datum: 28-04-2004 De mening van Martin Kooistra: Kevin Kline speelt de rol van George Monroe, wiens leven letterlijk en figuurlijk een puinhoop is. Hij is tien jaar gescheiden van Robin, met wie hij zes jaar getrouwd was en waar hij nog steeds zielsveel van houdt. Hun 16-jarige zoon Sam is volledig ontspoort: hij gebruikt allerlei drugs, verdient zijn geld door zijn lichaam te verkopen aan rijke mannen en, oei oei oei, luistert naar de muziek van en kleedt zich als Marilyn Manson. George woont nu alleen in een bouwvallig huisje wat zijn vader (waar hij een bloedhekel aan had) hem naliet. Als zijn beste vriend hem na 25 jaar trouwe dienst als architect keihard op straat zet, slaan de stoppen door. Hij slaat de hele boel kort en klein, met uitzondering van het miniatuur van zijn droomhuis dat hij nooit heeft kunnen bouwen. Na deze stoere daad stort hij in. De dokters stellen vast dat George leidt aan een vorm van kanker die al zover gevorderd is dat hij waarschijnlijk nog maar zo'n vier maanden te leven heeft. George besluit zijn laatste tijd op deze aardkloot te besteden aan het bouwen van zijn droomhuis, maar ook aan het bouwen van een familieband met zijn ontspoorde zoon en zijn ex-vrouw. Ik geef toe, het basisverhaal is nogal stroperig. Melodrama in het kwadraat en dat is niets teveel gezegd. Afgezien daarvan is dit verhaal al vaker en veel beter verteld. 'Life as a house' voegt eigenlijk niets toe aan het genre en het is al heel gauw duidelijk hoe deze film gaat eindigen. Voeg daar nog de droevigstemmende muziek van Mark Isham aan toe en het zakdoekquotient is meteen aan de hoge kant. Het scenario van Mark Andrus is echter nogal oppervlakkig: hij zet de hoofdfiguren nogal zwart/wit en karikaturaal neer, waardoor het moeilijk is om met ze mee te voelen. Dat 'Life as a house' toch zeker de moeite van het bekijken waard is, komt doordat er uitstekend wordt geacteerd. Kevin Kline weet een goed evenwicht te vinden tussen de wanhoop en de vastberadenheid die de hoofdfiguur karakteriseren; hij vervalt nooit in extreme emoties. Kirstin Scott Thomas is adekwaat, maar het is vooral de ingeleefde vertolking van Heyden Christensen als Sam die de aandacht opeist. Zijn complexe karakter, een mengeling van woede, verdriet, wanhoop en liefde, werd zelden zo geloofwaardig neergezet. En hoewel Sam zich aanvankelijk gedraagt als een lompe, onbeschofte ploert, is hij toch het karakter waar je het meeste sympathie voor opbrengt. Bovendien zorgt het verzorgde camerawerk van Vilmos Zsigmond voor enkele schitterende plaatjes. Dat en het prima acteerwerk weet van het ongeinspireerde scenario toch een film te maken die het gemiddelde ontstijgt. camerawerk van Vilmos Zsigmond voor enkele schitterende plaatjes. Dat en het prima acteerwerk weet van het ongeinspireerde scenario toch een film te maken die het gemiddelde ontstijgt. |